MRSA wordt meestal via huid-op-huidcontact overgedragen, maar soms ook via lucht of stof. Vaak verdwijnt de MRSA weer van de huid zonder dat er infectie optreedt. Slechts als iemand erg ziek is en een zwak immuunsysteem heeft kan het tot een infectie leiden. Alleen de overdracht van huid op huid is voor MRSA niet voldoende om op de huid van de “ontvanger” te blijven, wat een voorwaarde is om MRSA weer op iemand anders over te dragen. MRSA blijft alleen op de huid van de ontvanger klijven als er bepaalde risicofactoren aanwezig zijn. Omdat patiënten in een ziekenhuis vaak aan meerdere risicofactoren voldoen, wordt MRSA het makkelijkst overgedragen onder ziekenhuispatiënten.
Voor MRSA-overdracht is de aanwezigheid van de volgende factoren bevorderlijk:
U ziet dat overdracht van MRSA bij eenmalig contact nauwelijks mogelijk is. De kans op overdracht stijgt bij regelmatig en intensief contact of als op basis van medische maatregelen grote hoeveelheden van MRSA vrijkomen, zoals bij het leegzuigen van de longen via de luchtpijp. Daarom zijn speciale beschermingsmaatregelen in een ziekenhuis noodzakelijk. MRSA kan weliswaar ook in de lucht of op oppervlakken blijven overleven en vanuit daar op de huid van een mens terecht komen, maar daar is echter ook weer een frequent, meermaal-daags contact voor nodig.
Patiëntenfolders van diverse ziekenhuizen waarin staat aangegeven hoe MRSA verspreid wordt: